Sumba

Sumba behoort tot de Kleine Sunda-eilanden van Indonesië. Sumba is mysterieus, met een ruige savanne, droge bergen en kalkstenen heuvels. Het lijkt vrijwel niets op de andere vulkanische eilanden van Indonesië. Sumba ligt tussen Komodo en Sumbawa, ten zuiden van Flores. Het eiland kent twee klimaten. De westkant krijgt meer regen en is daardoor vruchtbaarder. Hier wonen ook de meeste mensen. De oostkant kent veel grasplateaus en valleien. Het eiland wordt gezien als één van de armste gebieden in Indonesië. Toch is het, doordat het een lange tijd geïsoleerd is geweest, rijk aan cultuur en oude tradities die u als toerist kunt bekijken. Daarnaast is Sumba vooral interessant om er te surfen. Een aanrader om te bezoeken tijdens een rondreis Kleine Sunda-eilanden. 


Sumba reizen

Sumba is geen toeristisch eiland, het heeft geen grote steden maar wel veel geïsoleerde dorpjes met een bijzondere cultuur. Het westen van Sumba kent mooie rijstvelden en het oosten is bekend om zijn waterbuffels en ikat-textiel. Daarnaast zijn er over grote gedeeltes van het eiland parelwitte stranden en schitterende baaien. Dit alles maakt Sumba tot een waar surfparadijs en een interessant culturele locatie om naar toe te reizen.

 

 

Het stadje Waikabubak en omgeving

Waikabubak is de hoofdstad van het westelijke gedeelte van Sumba. Het ligt op 800 meter hoogte en heeft hierdoor een aangenaam klimaat. De stad is een kleine verzameling van kampongs. Dit zijn groepjes woningen die door een omheining duidelijk bij elkaar horen. De omheining is gemaakt van dikke strengen mahonie. Waikabubak is leuk om te bezoeken voor mensen die meer willen weten over de cultuur van Indonesië.
In het midden van het stadje staat Kampung Tarung, een traditionele plek waar ikats (geweven katoenen doeken of kleding) worden gemaakt. De mensen zijn vriendelijk en soms mag u even in hun huis kijken. Het is hier mogelijk souvenirs te kopen, die wat goedkoper zijn dan op de rest van het eiland. U helpt hiermee de lokale bevolking van de kampongs. Iedere zaterdag is er een grote markt. Waikabubak is een goede locatie om vanuit hier naar andere dorpjes te reizen.
Een bezoek aan Anakalang is ook speciaal. Hier staan eeuwenoude megaliete graftombes. Deze werken van steen geven een goed inzicht in de cultuur die soms nog wordt toegepast. Rituelen worden hier uitgevoerd terwijl u toevallig langsloopt.
Het centrum van rituelen is het dorp Tarung, een klein gehucht aan de westkant van Waikabubak. Volgens Sumbaans geloof is dit het spirituele centrum van het eiland. De hoge priester van Tarung eert de voorouders voordat het nieuwe jaar met het regenseizoen begint.

 

Waingapu en omliggende traditionele dorpjes

Waingapu is met ongeveer 50.000 inwoners de grootste stad van Sumba. Vroeger was dit het centrum van textiel- en sandelhouthandel, maar ook slaven werden hier gekocht en verkocht. Uiteindelijk vestigde zich hier het Nederlandse bestuur. Het stadje kent een vriendelijke en rustige sfeer en wordt omringd door kalksteenheuvels. Aan de haven zijn er restaurantjes te vinden.
Drie dorpjes op nog geen tien kilometer afstand van de stad zijn beroemd om het ingewikkelde ikat weven. Deze dorpjes zijn Prailiu, Kwangu en Labanapu. De vrouwen maken handgeweven kleding met motieven van paarden, mensen en dieren in de kleuren donkerblauw, zwart of rood. Er worden witte en gele motieven toegevoegd. De meest unieke stukken hebben opgenaaide zeeschelpen.
Het strand Puru Kambera ligt op 26 kilometer vanaf het stadje Waingapu. Wit zand, een groene zee afgetekend tegen een felblauwe lucht met wat langs drijvende wolkjes, maken dit een perfecte locatie voor wie wilt uitrusten tijdens een rondreis.


Sumba surf

Er zijn enkele schitterende stranden met goede golven voor de surfer die het onbekende Sumba wil ontdekken. De beste tijd om te surfen is van mei tot en met oktober. De golven kunnen dan erg hoog en sterk zijn, of juist klein doordat het dichtbij de wijde, open oceaan ligt. Surfen op Sumba kan het beste worden uitgevoerd door professionals. 
Een bekend surfgebied ligt bij het Nihiwatu Resort op 1,5 uur rijden van de stad Waikabubak in het westen van Sumba. De omgeving is schitterend en de surfcondities ideaal. Andere bekende locaties zijn de stranden van Marosi, Dasang en Kerewe. In het zuidwesten van Sumba ligt het Sumba Nautil resort, een andere favoriete plek voor surfers. 

Daarnaast is Tarimbang Bay bekend, waar golven een hoogte van 2 tot 3 meter bereiken in de maanden juni tot en met september. Deze baai heeft de vorm van een hoefijzer en de natuur zorgt voor alles wat een surfer zich maar kan wensen.  

 

Sumba tips

Tambolaka en de omliggende dorpjes

In het zuidwesten van Sumba ligt Tambolaka, waar een vliegveld ligt. Rondom de stad liggen veel traditionele dorpen waar veel is te leren over het animistische geloof, de cultuur en rituelen die nog veel voorkomen op Sumba. 
Een ander strand, Watu Mandorak Cove, ligt op 42 kilometer van Tambolaka. Het is een mooi zandstrand met hoge kliffen. Tijdens het regenseizoen wordt dit strand niet bezocht. Deze stranden zijn één van de rustigste vergeleken met andere toeristische hotspots in Indonesië.

 


Bijzondere vogels spotten

Op Sumba komen veel unieke dieren voor. Vanaf 1998 zijn er daarom twee nationale parken in het leven geroepen om de bedreigde diersoorten te beschermen: het Laiwangi Wanggameti Nationaal Park en het Manupeu Tanah Daru Nationaal Park.
Er zijn enkele grote zoogdieren maar het eiland is vooral bekend om het rijke aantal aan vogels. Er zijn bijna 200 verschillende soorten waarvan er 7 soorten inheems zijn en waar maar een paar andere voorkomen op Sumba en enkele omliggende eilanden.
Enkele van deze bijzondere vogels zijn de geheimzinnige Sumba Boeboek uil, de Sumba vechtkwartel, de mooie Roodgenekte Fruitduif, de soembahoningzuiger en de soembapapagaaiduif en de Sumba neushoornvogel. Bovendien zijn er ook andere opvallende dieren zoals de zoutwater krokodil.

 

Sumba cultuur

Het kleine Sumba kent vele culturen in het al zo cultuurrijke Indonesië. Er worden diverse talen gesproken en er zijn verschillen tussen de oostkant en westkant van het eiland. Ongeveer 25 – 30 % van de bevolking is anemisch, de andere groepen zijn Nederlands calvinistisch/protestants, rooms-katholiek en een klein groepje is islamitisch. Door het christendom zijn er enkele kleine kerkgenootschappen. Deze zijn mede ontstaan door de zending op Sumba, begonnen in 1872. De zending had als doel het evangelie van Jezus Christus te delen en landbouwtraining, onderwijs en medische zorg te realiseren. 
Op Sumba kwam en komt nog een eigen godsdienst voor, Marapu genaamd. Bloedige offerritten komen voor, zodat voorouders tevreden worden gesteld. Men leeft vreedzaam met en naast elkaar.
Van belang voor het eiland zijn de paarden. Sumba’s grote graslanden zijn uitermate geschikt voor paardenfokkerijen. Ze dienen voor transport, ze zijn een statussymbool en dienen soms als bruidschat.


Het Marapu geloof

Het oorspronkelijke geloof op Sumba is de Marapu, een animistische religie waarbij de aanbidding van voorouders centraal staat.
Een marapu is een bemiddelaar tussen God en de mensen. De voorouders van de bewoners zijn de marapu waar men tot bidt. Er zijn bemiddelaars nodig omdat God als laatste de mensen heeft geschapen en Hij wordt niet rechtstreeks door de mensen aangesproken. God staat ook boven de voorouders, de marapu. Daarom bidden de mensen tot hen voor als zij hulp nodig hebben. In veel dorpen staan er speciale adat-huizen voor erediensten. In elk huis is plaats om te bidden. De dewa is de ziel van de levende mens, somba is de schaduw van de al lang geleden gestorven voorouder die verenigd is met de hoogste god. Ieder mens draagt een somba bij zich als een onpersoonlijke levenskracht. Na het sterven kan het zijn dat somba onder het hoge puntige dak gaat wonen van de traditionele huizen die op Sumba zijn te vinden.
De allereerste voorouders worden als sterke goden vereerd. Zij worden marapu ratu genoemd. Zij zijn de belangrijkste bemiddelaars tussen god en de mensen. Hun namen zijn echter niet altijd bekend. Zij ontvangen verering van de vorsten en grote feesten. In het dagelijks leven gaat meer aandacht uit naar de lagere marapu’s, de voorouders van de kabihu. De kabihu zijn clans (een aantal familiegroepen) die allemaal afstammen van dezelfde voorouders. Het christendom en de marapu-godsdienst zijn met elkaar vermengd. De godsdienst wordt in Indonesië echter (nog) niet erkend als officiële godsdienst.

Doordat het nog niet wordt erkend als officiële godsdienst brengt dit soms problemen met zich mee voor de aanhangers van het geloof.

 

De huizen op Sumba

Vooral in westen van Sumba zijn er veel kampongs te vinden. Deze woningen staan in groepen bij elkaar en hebben een omheining. De huizen hebben hoge daken en staan om de tombes van hun voorvaderen. Er worden tijdens rituelen (bijvoorbeeld voor geluk tijdens het bouwen van een huis of voor een huwelijk) nog steeds dieren geofferd. Dit kan op ieder moment van de dag gebeuren, dus ook als u toevallig langsloopt. De huizen hebben opvallende hoge puntdaken. Er wordt geloofd dat de ‘somba’, (de kracht van een voorouder die iemand met zich meedraagt) kan gaan wonen onder het puntdak als de levende persoon sterft. Hiermee wordt dan het huis beschermd.

 


Bekend op Sumba

Ikat textiel: Net als veel andere Kleine Sunda-eilanden wordt ook op Sumba ikat textiel gemaakt. Dit zijn gedetailleerde handgeweven doeken of kledingstukken. Het is een traditionele manier van weven en kan door de details en de kleuren soms maanden in beslag nemen om te maken.
Het Pasola Oorlog Festival: In de maanden februari of maart bereiken de zogenaamde nyale, fluoricerende zeewormen, het eiland. Dan is het tijd voor het festival Pasola. Een priester leest de nyale die het ziet als een teken van de geesten. De mensen denken dat er een boodschap van de voorouders is voor het aankomende jaar. Zodra de lezing is geweest, kan het festival beginnen.

Twee groepen Sumbanese mannen doen oude inheemse oorlogen na. Alleen de allersterkste mannen mogen meedoen. Ze dragen traditionele kledij en rijden op paarden die met allerlei kleuren zijn gedecoreerd. Alle mannen dragen een speer van anderhalve meter lang. Daarna richten ze de speren op elkaar. Het is verboden om elkaar dood te steken, maar het is wel toegestaan om elkaar dood te gooien. Ook voor de omstanders die toekijken is het gevaarlijk. De speren vliegen alle kanten op en raken wel eens iemand uit het publiek. Het is daarom ook niet vreemd dat er soms doden vallen. Het festival is niet geslaagd zonder bloed. Als er bloed vloeit, is het namelijk een teken dat de voorouders aanwezig zijn. Bovendien draagt het bloed bij aan goede rijstoogsten.

 

De geschiedenis van Sumba

De vroegere geschiedenis van Sumba

Sumba kent vele culturen en heeft ook een boeiende geschiedenis. Zo is bekend dat het eiland tussen de 3e en 5e eeuw na Christus al bewoond was. Er zijn uit die tijd wapens en metalen gereedschappen gevonden. Ook zijn er megalithische graven te zien. Bij graven en tombes werken mensen met grote stukken steen en maken hier kunstwerken van. In Europa kwam dit voor in de Bronstijd. In Nederland is het bekendste voorbeeld die van de hunbedden in Drenthe. Jongere versies van megalithische graven ontstonden eeuwen later in Azië. Tot op de dag van vandaag komt het nog voor op Sumba, wat veel wetenschappers erg interessant vinden. 

Gedacht wordt dat Polynesische en Australische mensen het eiland als eersten bewoonden. Het eiland bleef lange tijd geïsoleerd totdat de handel in de omgeving goed op gang kwam en Arabische handelaren voet aan wal zetten.
In de tweede helft van de veertiende eeuw werd Sumba onderdeel van de machtige Majapahit dynastie van Java. De militaire leider Gajah Mada veroverde het eiland. In Indonesië kent men nog steeds zijn naam want hij heeft als leider van het Javaanse rijk vele successen geboekt. In Indonesië geldt hij als nationaal symbool. Daarna heeft Sumba nog onder controle gestaan van de Bima op Sumbawa en de Gowa op Celebes.


Het duurste export product: sandelhout

De eerste Europeanen bezochten het eiland in 1522. Sumba stond bekend om zijn sandelhout. Dit hout was lange tijd het enige middel tegen geslachtsziekten en daarom was het erg duur. Pas sinds de komst van penicilline wordt sandelhout niet meer daarvoor gebruikt. De export op sandelhout is al sinds 1914 niet meer toegestaan omdat het in die tijd al erg schaars werd. Daarnaast was er veel handel in andere soorten hout, paarden, fruit, ikatkleding en -doeken en noten. Nederland heeft Sumba nog lange tijd ‘Sandelhouteiland’ genoemd, vernoemd naar de dure houtsoort.


Nederland krijgt meer invloed

Nederland had al vele gebieden in Indonesië veroverd en daarom kon Sumba niet uitblijven. Het eerste bewijs van de invloed van Nederland stamt uit 1754. De regering stuurde een brief naar hun trouwe vrienden en bondgenoten, maar ook de koningen en regenten op Sumba werden genoemd. In de brief wenste de Nederlandse regering hen voorspoed en welvaart. Ook bedankte Nederland voor ‘het geschenk’, twee slaven: een man en een vrouw.
Op 9 juni 1756 sloot VOC-gezant Johannes Andreas Paravicini een verdrag met de plaatselijke vorsten van de eilanden Roti, Solor, Timor en Sumba. Hierdoor verkreeg Nederland de soevereiniteit over deze eilanden. In 1838 was Sumba erg onrustig met sprake van roverijen, slavernij en zeeroverij. Nederland wou echter niet te gewelddadig optreden.
Op 31 augustus 1866 kregen de Nederlanders officieel de controle over Sumba. Controleur Roos aanvaardde het bestuur over het eiland. De bevolking bleef onder het bestuur van haar eigen leiders, de Radja’s. Nederland mocht zich er niet inmengen, maar alleen advies geven. Er werden bijvoorbeeld geen bevelen uitgedeeld. De Sumbanesen luisterden toch niet.
Sumba was in die tijd onrustig door allerlei oorzaken. Veel gebieden waren geïsoleerd, er waren communicatieproblemen door de talen en het botste soms tussen de verschillende religies. Hierdoor waren er veel oorlogjes tussen de stammen, koninkrijkjes, bevolkingsgroepen en dorpjes. Ook interne oorlogen kwamen voor. Deze oorlogen worden nog ieder jaar herdacht tijdens het Pasola Oorlog Festival, waar de oorlogen worden nagespeeld.
Pas in 1906 onder de Nederlander Van Heutz werd het eiland gepacificeerd. De Nederlandse militairen namen de macht over en de heerschappij van de Radja’s kwam tot een einde. Dit Nederlandse bestuur was echter alleen te merken in de toegankelijke gebieden. In 1909 is een groep militairen waarschijnlijk omgekomen door in een hinderlaag te lopen: ze werden gevangen genomen en opgegeten door kannibalen. Veel delen van het eiland bleven nog steeds ontoegankelijk en daardoor behielden deze plekken veel van hun oorspronkelijke cultuur. In 1913 kwam er civiel gezag en waren de militairen niet meer nodig. Het eiland werd onderverdeeld in districten en onderdistricten. Dit viel veelal samen met de talen die werden gesproken in het gebied.

Pas in 1933 was het rustig genoeg, zodat de militairen vervangen konden worden door normale politie.


De onafhankelijkheid van Indonesië

In 1950 werd Indonesië onafhankelijk en nam de Indonesische staat het centrale gezag over. Officieel werden de Raja’s en hun familieleden niet door de regering erkend. Toch veranderde er weinig, want ze kregen wel een functie in het nieuwe bestel. Hierdoor waren zij in staat hun machtige posities te behouden. 


Sumba tegenwoordig

Sumba is één van de armste eilanden van Indonesië. Op dit moment is het voor veel lokale bewoners lastig water te krijgen tijdens het droge seizoen. Veel riviertjes drogen op waardoor de inwoners afhankelijk zijn van de waterputten die er staan. Mensen moeten soms per dag kilometers lopen om water te halen. Vaak wordt dit gedaan door de vrouwen en kinderen terwijl de mannen aan het werk zijn. Onder andere uit Nederland sponsoren bedrijven hulpverleners, zodat zij kunnen helpen bij de aanbouw van watervoorzieningen, elektriciteit en scholen. Ontdek het andere Indonesie tijdens een rondreis Kleine Sunda-eilanden.

 

Tijdens deze rondreizen en bouwstenen reist u naar Sumba
Indonesie-flores-bajawa-dans(9)
De Kleine Sunda Eilanden

Rondreis Authentieke dorpen op Sumba en Flores

Sumba: Tambulaka - Waikabubak - Waingapu. Timor: Kupang. Flores: Maumere - Moni, bij vulkaanmeren Keli Mutu - Ende - Riung - Bajawa - Ruteng - Labuan Bajo. Komodo-archipe 2 dagen varen, komodovaranen. Vertrek Labuan Bajo.

Indonesie-centraal-sumba-3kindjes(9)
De kleine Sunda eilanden

Bouwsteen Lamboya regio op Sumba

Sumba

 

Aankomst luchthaven Tambulaka, West-Sumba - door naar de prachtige hooggelegen Lamboya-streek, van hier uit naar de vele grafdorpen, unieke beleving - terug Tambulaka, vertrek.

Indonesie-sumba-centraal-hutje(9)
De kleine Sunda eilanden

Bouwsteen Sumba over land

Sumba

 

Aankomst Tambulaka, West-Sumba - naar de grafdorpen rondom Waikabubak - mooie route naar oostelijk Sumba, Waingapu, ook in dit authentieke deel de grafdorpencultuur.