Overige zoogdieren in Zuid-Afrika

In Zuid-Afrika leven veel verschillende soorten (zoog)dieren. Naast de Big Five en de alom bekende dieren als het nijlpaard en de giraffe zijn onderstaande dieren ook bekende diersoorten in de vele parken en wildreservaten.

Jachtluipaard (cheeta)

Het jachtluipaard is een recordhouder in de dierenwereld: deze grote kat is met een topsnelheid van honderdvijftien kilometer per uur het snelste landdier op aarde!

 

Het luipaard, jaguar, panter en jachtluipaard zijn soms moeilijk uit elkaar te houden. Toch is het best makkelijk om de cheeta (zoals het dier ook genoemd wordt) te herkennen. Het heeft een erg ranke lichaamsbouw: het is zo slank als een hazenwindhond. De vacht is lichtgeel met kleine zwarte vlekjes (zonder patroon daarin zoals bij het luipaard). Let vooral op de kop: er lopen twee zwarte ‘traanstrepen’ vanuit de ooghoeken naar de neus.

 

Het jachtluipaard leefde vroeger in vrijwel heel Afrika, het Midden-Oosten tot aan India in Azië. Inmiddels leeft het nog maar op een aantal gebieden in Afrika en is er een kleine populatie in Iran. Het jachtluipaard wordt bedreigd door vijanden zoals leeuwen en hyena’s maar het grootste gevaar is de mens. Naast slachtoffers door de jacht wordt het leefgebied van jachtluipaarden enorm ingeperkt door de groei van onze bevolking. In het wild worden jachtluipaarden vaak zestien jaar oud.    

 

De cheeta heeft een aantal eigenschappen moeten inleveren om zo hard te kunnen rennen: deze wilde kat is minder sterk dan het luipaard of de leeuw en heeft naar verhouding kleine tanden. Andere roofdieren maken daar handig gebruik van en stelen regelmatig de prooi die door het jachtluipaard bij elkaar is gerend. U zult het dier dan ook overdag zien jagen, als de anderen rusten. Gnoes, impala’s, knobbelzwijnen, gazellen en andere antilopen zijn een lekker hapje voor cheeta’s. Na hun korte doch dodelijke sprint moeten ze wel even pauze nemen om bij te komen, anders raken de jachtluipaarden oververhit.

shutterstock_319455212

Wilde hond

De wilde hond herkent u aan hun grote, ronde oren, lange poten en een vacht met unieke zwarte, bruine en witte vlekken. Wilde honden leven verspreid in Afrika en het is bijzonder als u dit dier op safari tegenkomt. Er is namelijk nog minder dan 1% over van de populatie van een eeuw geleden: het is het meest bedreigde roofdier van Afrika.

 

Wilde honden zijn ontzettend sociale dieren. Ze leven samen in grote groepen, van soms wel dertig honden. In de groep is een dominant paartje de baas: zij zijn de enigen die zich voortplanten. Eén keer per jaar werpt een vrouwtje een nest van ongeveer tien jongen. Ze verblijven een tijdje in een schuilplaats en na enkele maanden braken andere groepsleden hun eten op voor de jongen. Zodra de vrouwtjes volwassen zijn, verlaten ze de groep en sluiten ze aan bij een andere roedel. Er is vrijwel geen agressie tussen de wilde honden.

 

De honden werken bovendien bijzonder goed samen. Na het ontwaken starten ze met een soort samenkomstceremonie waarin ze met de groep om andere dieren heen cirkelen: ze oefenen als het ware hun groepsdynamiek voor de jacht. Vervolgens zijn ze klaar voor het echte werk, zoals gazelles, gnoes, koedoes, zebra’s en impala’s. Als groep rennen ze achter hun prooi aan tot het uitgeput is. Hun uithoudingsvermogen is groot – als de voorste leden van de groep moe zijn, nemen de achtersten het over. Uiteindelijk trekken ze hun prooi gezamenlijk naar de grond, bijten ze de buik open en trekken ze de ingewanden eruit. Dit klinkt vrij onsmakelijk, maar uit onderzoek is gebleken dat de slachtoffers korter lijden dan de prooi van een luipaard of een leeuw.

 

U kunt begrijpen dat dit tafereel het imago van de wilde hond geen goed doet, hoewel de schuwe dieren ver uit de buurt van mensen en hun vee blijven. Door valstrikken, vergiftiging en jacht is binnen een eeuw tijd de populatie van de wilde hond van een half miljoen naar ongeveer vijfduizend teruggebracht – een alarmerend gegeven.

shutterstock_334434086(11)

Hyena

De hyena kent u misschien wel als de lachende, slechte dommerik in Disney’s ‘De Leeuwenkoning’. Dit is gebaseerd op de gevlekte hyena: de meest bekende soort naast de aardwolf, de gestreepte hyena en de bruine hyena.

 

Hyena’s hebben een bruingele vacht (die lichter wordt naarmate ze ouder worden), rechtopstaande manen en een gekromde, aflopende rug. Vlekken zorgen voor wat camouflage. De roofdieren leven in groepen waarvan de grootte afhangt van de hoeveelheid eten in het leefgebied, zoals de vruchtbare savanne en de droge woestijn. Hyena’s zijn echte veelvraten: ze kunnen soms wel tot een derde van hun lichaamsgewicht verorberen.

 

Net zoals in De Leeuwenkoning zijn in de echte wereld de vrouwtjes de baas in een groep. Ook is het waar dat hyena’s een soort lachend geluid kunnen maken. Dat heeft echter een andere functie dan bij mensen: door te janken of ‘lachen’ waarschuwen de dieren elkaar voor gevaar of juist een prooi. Als er een gerechtje voorbij komt, omsingelt een groep hyena’s hun beoogde slachtoffer totdat het uitgeput is en ze kunnen toeslaan. De jagers hebben bijzonder sterke kaken, waarmee ze zelfs door neushoornhuid of het schild van een schildpad kunnen bijten.

 

Als het nodig is, eten hyena’s de botten van een overgebleven maaltijd. Soms stelen ze in groepjes de prooi van een leeuw, hun grote vijand. Andersom laat een leeuw ook wel eens een oogje vallen op de buit van de hyena, die zelf evengoed als leeuwendiner kan dienen. Onvermijdelijk, in de cirkel van het leven.

Een alerte hyena in de Zuid-Afrikaanse natuur

Waterbok

Waterbokken houden van water. Niet alleen om te drinken - ze duiken er gerust in. U vindt deze antilope in savannes, valleien, rietvelden of bossen, zolang er water aanwezig is.

 

Er zijn twee soorten waterbokken: de ellipswaterbok en de defassawaterbok. De eerste heeft een witte cirkel rond de staart, de tweede herkent u aan een witte vlek op de romp. De dieren zijn grijs tot roodbruin, hebben grote, witte oren en zijn bijna anderhalve meter hoog. Het mannetje heeft hoorns die gemiddeld vijfenzeventig centimeter lang zijn. Het zijn allemaal vegetariërs met planten, bladeren en vruchten op de menukaart. Waterbokken leven in kuddes van vijf tot twaalf dieren en blijven jarenlang in hetzelfde woongebied.

 

De grootste vijanden van deze antilopen zijn hyena’s, cheeta’s en leeuwen. Zoals veel andere dieren rennen ze weg wanneer er gevaar dreigt, om zich in struikgewas te verstoppen. De waterbok heeft echter nog een andere schuilplaats. Als er een roofdier nadert, springt het gerust het water in. Alleen de neusgaten steken dan nog boven de oppervlakte uit. Een andere beschermingsmethode is hun sterke geur. Het lijkt erop dat roofdieren liever geen oudere waterbokken eten en dan op zoek gaan naar een beter geurend hapje. 

Koedoe

Ziet u een stel prachtige gedraaide hoorns boven een struik uitsteken? Dan kijkt u wellicht naar een koedoe. Een mannetje welteverstaan, want de vrouwtjes moeten het behalve hoorns ook zonder manen doen. Deze antilopen eten bladeren, gras, planten, knoppen en vruchten en kunnen sprongen maken van wel drie meter hoog. Leeuwen, luipaarden en hyena’s smullen ervan en de mens bedreigt het dier in leefgebied. Er bestaan twee soorten koedoes: de grote en de kleine.

 

Kleine koedoe

De kleine koedoe is, u raadt het al, kleiner dan de grote koedoe. Het dier bereikt een hoogte van één meter. Het is een elegante antilope met lange poten, een slanke kop en dunne witte strepen op de vacht. Vrouwtjes en jongen hebben een roodachtige gloed, terwijl mannetjes een grijsbruine kleur hebben. Bovendien groeien mannetjes een stel gedraaide hoorns dat zestig tot negentig centimeter lang kan worden. De kleine koedoe leeft in halfwoestijnen waar het lage struikgewas een uitstekende schuilplaats vormt. Overdag rusten de dieren in dit beschutte plekje, om later pas hun eten te verzamelen. Vrouwtjes trekken vaak met een paar andere vrouwtjes op – soms leeft de kleine koedoe in kudden.

 

Grote koedoe

De grote koedoe is een stuk hoger: dit dier bereikt gemiddeld een schofthoogte van anderhalve meter. Hun draaiende hoorns worden soms bijna honderdzeventig centimeter lang! De koedoes gebruiken ze als spelletje - ze gooien er takjes mee in de lucht om vervolgens op te vangen – maar nog doeltreffender als wapen in een krachtmeting met een ander mannetje. De winnaar mag een vrouwtje uit de kudde kiezen. De koedoes leven op savannes en open bossen in groepen variërend van slechts twee tot wel vijfentwintig, met voornamelijk vrouwtjes en hun jongen. Misschien ziet u op safari in Zuid-Afrika een groepje van vier of vijf grote koedoes: een familie op pad.

Ook Kudu's leven in de Zuid-Afrikaanse Nationale parken

Sabelantilope

De sabelantilope is een minder bekende soort antilope maar daarom niet minder interessant en mooi. Dit statige hoefdier heeft een donkerbruine vacht maar wat hem zo typeert is dat de onderkant, achterkant, mond en kin wit van kleur zijn. Over zijn kop lopen twee witte strepen. De hoorns van het mannetje hebben ringen en staan naar achter. Ze kunnen maar liefst 1,5 meter of meer worden. Sabelantilopen leven in kuddes van meestal meer dan tien dieren. In de vroege ochtend of aan het einde van de dag zie je ze op de vlaktes grazen naar jong gras. Als de mannelijke sabelantilopen met elkaar een gevecht aangaan, kan het maar om twee dingen gaan: afbakening van territorium of een vrouwtjes sabelantilope. Kunt u tijdens uw safari zien welke van de twee de aanleiding is?

shutterstock_96690244

Gnoe (Wildebeest)

De gnoe en het wildebeest zijn twee woorden voor één dier. In Nederland hebben we ervoor gekozen het Afrikaanse beest een gnoe te noemen, hoewel men in het Engels en Afrikaans ‘wildebeest’ gebruikt. Welk woord u ook hoort, het gaat om hetzelfde: een grote antilope. Gnoes hebben een brede kop, langere voorpoten dan achterpoten, donkere verticale strepen op hun donkerbruine rug, zwarte manen en een lange, zwarte staart. Hun hoorns staan eerst wat uit naar buiten en lopen vervolgens met een lichte buiging naar binnen weer omhoog. Een beetje zoals bij een koe, dus.

 

Als u twee gnoes op safari tegenkomt die met hun poten over de grond schrapen, hun hoofd naar voren hebben gebogen en wild aan het snuiven zijn, kunt u het beste niet al te dichtbij komen. U ziet dan namelijk twee mannetjes verwikkeld in een strijd om hun territorium. Toch zijn de dieren best sociaal. De kuddes van vrouwtjes vormen een hechte groep en de jongen zullen bij een aanval altijd worden beschermd. De gnoes lopen vaak in een lange rij naar een waterpoel waar ze tweemaal per dag drinken en hebben een bijzonder samenwerkingsverband met hun medegrazers. Zo kijken zebra’s met hun goede ogen uit voor gevaar op afstand, terwijl gnoes in ruil daarvoor de boel dichtbij in de gaten houden tijdens het eten.

 

Gnoes zijn verantwoordelijk voor één van de wonderlijkste natuurfenomenen ter wereld: de Grote Migratie. Jaarlijks komen de kuddes samen in een gigantische groep van zo’n anderhalf miljoen dieren om hun leeggegraasde steppen en grasvlakten te verruilen voor vruchtbare gebieden na het regenseizoen. Zo migreren zes miljoen hoeven tussen de Serengeti in Tanzania en het Masaï-Mara Park in Kenia. Het is geen makkie – jachtluipaarden, leeuwen en hyena’s liggen op de loer. Bovendien happen krokodillen vrolijk in het rond als de gnoes rivieren oversteken. De overlevende antilopen genieten een paar maanden van hun rust voordat ze weer een levensgevaarlijke terugkeer maken. Ze hebben geen keus - het gras is immers altijd groener aan de overkant.

Gnoesen in Zuid-Afrika

Impala

Dat de impala ver kan springen, wist u waarschijnlijk al. Maar heeft u al eerder van zijn bijnaam ‘McDonalds van de jungle’ gehoord?

 

Die naam is niet bedacht omdat het zo’n lekker hapje is voor roofdieren als leeuwen, luipaarden en cheeta’s – het komt van het achterwerk van dit dier, waar het logo van McDonalds te zien is. Let er op safari zelf maar eens op! U ziet twee strepen in de vorm van een hoefijzer en daartussen de bungelende staart met nog een zwarte veeg: de grote gele M. Verder is het roodbruine dier rank, sierlijk en heeft het een vrij lange nek. Mannetjes hebben hoorns van vijftig tot vijfenzeventig centimeter lang. De antilopen worden gemiddeld vijftien jaar oud.

 

Impala’s leven in kuddes: een paar dominante mannetjes met hun harem van vrouwtjes, of een groep van mannelijke vrijgezellen. Soms leven er ook bavianen in de groep, die kunnen waarschuwen voor gevaar. De jongen worden meestal allemaal tegelijk geboren in het regenseizoen. De bavianen houden van impalajongen als tussendoortje, dus de apen worden dan tijdelijk verstoten. Dat is echter niet het enige gevaar voor de jonkies. De helft van de jongen wordt door roofdieren opgepeuzeld. Impala’s zijn dan ook niet bijzonder sociaal. Als er een vijand nadert, rent de kudde vaak weg zonder dat de jongen worden beschermd.

 

Impala’s staan daarbij bekend als vrij luidruchtig (tijdens het paren) en als flinke springers. In gevaar springen ze afstanden van drie meter hoog en wel elf meter lang! De antilopen eten gras, bladeren, zaden, peulen en planten. Hun gehoor en reukzin is goed ontwikkeld. Ze drinken dagelijks – blijf op safari in Zuid-Afrika dus gerust even wachten bij de waterpoel.

shutterstock_301330649

Baviaan

Bavianen leven in Afrika ten zuiden van de Sahara en zijn na mensapen de grootste apensoort. Mensen zien ze als een plaag, omdat ze nog wel eens eten willen stelen. Bavianen zijn dan ook echte omnivoren en eten alles: van bladeren en vruchten tot schorpioenen en hagedissen tot vogels en kleine antilopen. Dat laatste levert soms wat problemen op, aangezien de groepen impala’s met wie ze tijden kunnen samenleven het niet erg waarderen als hun jongen worden opgegeten.

 

De apen hebben diepgelegen ogen, een grijsbruine vacht en lopen op handen en voeten. Ze leven in gemengde groepen van vaak vijftig, maar tot tweehonderd bavianen waarin het meest grote, sterke en agressieve mannetje de dienst uitmaakt. Hij is dan de enige die mag paren. Jonge mannetjes blijven enkele maanden bij hun moeder en verlaten de groep als ze volwassen zijn. Op een normale dag in een bavianenleven spelen de kleintjes, vertrekt de groep op zoek naar eten en wordt er veel ontvlood. Handig: met dat vlooien versterken ze hun sociale banden. De apen kunnen communiceren op veel verschillende manieren, ze hebben bijvoorbeeld wel dertig manieren om te grommen. Het kan bovendien voorkomen dat een baviaan een smakgebaar naar u maakt, of zelfs dat u het zijn schouders op ziet halen.

 

Gemiddeld leven de bavianen twintig tot dertig jaar. Ze overleven bijna overal zolang ze maar een drinkplek en rotsen of bomen in de buurt hebben. Over het algemeen vindt u ze op beboste savannes en steppen. Roofdieren zoals luipaarden en leeuwen maar ook pythons en chimpansees lusten wel een hapje van deze aap. Bovendien is de mens een geduchte vijand. In groepen maken de grote bavianen met gekrijs een hoop lawaai om de gevaarlijke beesten weg te jagen. Hun grote hoektanden helpen hen ook in tijden van gevaar: menig jachtluipaard holt weg van zo’n rij blinkende messen. 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.