Een bijzondere massage op Java
logo-linkedin

Een bijzondere massage op Java

Redactie Indonesie 14-7-2015

Het is de tiende dag van onze rondreis op Java. Van Baturaden gaan we die dag naar Wonosobo. Da's maar een paar uurtjes rijden, dus hebben we 's morgens nog genoeg tijd om de de zeven warmwaterbronnen in het fraaie berggebied rond Baturaden te bezoeken.
Het is op deze zondag druk bij de bronnen. Voor vele lokalen vormen ze met hun zwavelhoudende water een bedevaartplek. Vanaf de parkeerplaats moeten we een flink stuk dalen om er te komen en dat betekent dus op de terugweg een behoorlijk eind klimmen. Maar ach, kunnen we eindelijk eens testen wat drie keer sporten in de week aan conditie heeft opgeleverd.


Beneden zien we wat marktkraampjes en in de buurt van het over oranjegeel gekleurde stenen stromende water twee rijen masseurs die voet- en beenmassages geven. Mijn vrouw en ik lopen er langs om nog een klein stukje naar beneden te gaan voor het maken van een mooie foto. De treden van de trap zijn hier glibberig en Trees besluit weer naar boven te lopen. Ik daal nog iets verder af, maar houd het het eindelijk ook voor gezien. Te gevaarlijk.
Als ik me omdraai gaat het mis. Mijn linkerbeen glijdt weg en ik voel een stekende pijn in mijn kuit. Zweepslag, een afgescheurde pees? Ik weet niet wat het is, maar ik kan nauwelijks nog verder lopen. Elke beweging met het linkerbeen levert een nieuwe pijnscheut op. Met hulp van Trees kan ik nog net de laatste treden nemen.
Wat nu? Hoe klim ik in godsnaam weer naar boven? Zouden die masseurs me kunnen helpen? Aan de arm van Trees strompel ik naar één van de mannen toe. Ja, hij kan er wel iets aan doen. Met zijn steun bereik ik half kruipend een krukje dat aan de rand van een goot staat waardoor het warme bronwater stroomt. Hij neemt tegenover me plaats.
Ik moet mijn broekspijpen opstropen, waarna hij mijn beide onderbenen met een modderig uitziende zwaveloplossing insmeert en begint te masseren. Als hij in de pijnlijke kuit hard begint te knijpen, weet ik niet waar ik het zoeken moet. Hij moet lachen en laat in het Engels weten dat het straks beter wordt. Het kneden wordt inderdaad wat minder pijnlijk, maar echt prettig voelt het allemaal niet. Ineens stopt hij mijn voet in de goot met stromend water. Ook goed voor mij, zegt ie. Ja, m'n zuster! Zeventig graden is dat water. Niet om uit te houden.  Omhoog weer met die voet!!
Een stukje lopen moet ik om te kijken hoe het gaat. Nog nauwelijks. Nog een keer masseert hij het gekwetste onderbeen, maar daarna moet ik toch echt proberen naar boven te klimmen. Onze chauffeur Tatang staat al heel lang op ons te wachten. Ondersteund door Trees weet ik dat voetje voor voetje te volbrengen.

Tatang schrikt als hij zijn kreupele gast aan ziet komen. Hij hoort mijn verhaal en zegt dan: "Ik ken een heel goede masseuse. Ik breng u wel naar haar toe voordat we naar het hotel gaan." "Maar ik ben al tweemaal gemasseerd," protesteer ik. "Maar zij is heel professioneel. Ze heeft zelfs de president behandeld en enkele actrices."  "Doe nu maar," zegt Trees. "Je kan er alleen maar beter van worden."  Ik doe het.

De professionele masseuse woont in een nauwe straat vlakbij het Kresna hotel in Wonosobo: een koloniaal gebouw waarin ooit koningin Juliana en prins Bernhard hebben gelogeerd en waar wij nu ook de nacht zullen doorbrengen.
Haar woning is piepklein. Als Tatang haar via een achterdeur heeft gewaarschuwd mogen we via de voordeur naar binnen. We stappen een kamertje in waar aan de muur allerlei foto's van volgens Tatang bekende Javanen hangen en enkele oorkondes. Onze chauffeur wijst op een stuk papier in een vitrine. "Diploma," roept hij. Ik kijk, zie dat er iets in Nederlands opgedrukt staat, buig me wat naar voren, kijk nog eens , en lees tot mijn verbazing: sportvisvergunning.


Op dat moment stapt de masseuse vanuit een andere kleine ruimte de kamer binnen. Ze is klein, hooguit anderhalve meter, en niet zo jong meer. Als ze lacht zie ik dat ze nog maar één tand heeft. Ze brengt me naar een slaapkamertje waar ik me moet uitkleden en een sarong moet aantrekken. Ze trekt zich discreet terug om kort daarna weer binnen te stappen. Ze wijst op een bed waarop ik moet gaan liggen. Het past net. Ze gaat aan het voeteinde zitten, pakt mijn linkerbeen en begint een massage die je best een marteling zou kunnen noemen. Af en toe gil ik het uit van de pijn, waarbij zij haar enige tand bloot lacht. Ook de rest van mijn lichaam neemt ze onder handen en dat voelt wat prettiger.
Na een uur is de sessie voorbij en kan ik naar het nieuwe hotel proberen te komen. Tatang, die eerder Trees en de bagage heeft weggebracht, komt me halen. Af en toe moet hij me nog ondersteunen, maar het voortbewegen gaat beter dan voorheen. 
Een paar dagen later loop ik weer als een jonge god. Een wonder, dankzij de knijpgrage vingers van een masseuse met een sportvisvergunning.

 

Leo Burgwal

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.