Bijzondere reis naar Papua
logo-linkedin

Bijzondere reis naar Papua

Redactie Indonesie 10-9-2013

We hebben een reis gepland naar de Asmat, Korowai en als afsluiting 2 dagen het Wamena-festival in de Baliemvallei, van 24 juli t/m 13 augustus 2013. Een paar weken voor vertrek paniek: in Wamena hebben ze besloten om het festival te laten beginnen op 12 augustus, dus als wij al op de terugweg zouden zijn! Na overleg met Van Verre en de lokale agent blijkt het mogelijk om onze terugvluchten te verlaten en extra accommodatie te boeken, waardoor we toch nog in elk geval 1 dag festival kunnen meemaken.

 

Na vluchten via Dubai en Jakarta komen we aan in Timika. Onze gids Her(ri)man staat ons al op te wachten. Timika is geen plaats om lang te blijven: het is de stad van Freeport, de omstreden mijn, en heeft geen enkele toeristische attractie. Het hotel Grand Tembaga is simpel maar goed (met douche en airco) en heeft een prima restaurant. In Nederland hadden we al net voor vertrek gehoord dat de missie-vlucht gecanceld was en dat we met een speedboot naar Agats zouden gaan, maar Herman laat direct weten dat dit ruim 8 uur zou duren en de zee te ruw is. Gelukkig gaat wel ’s avonds de Pelni-boot en zijn we daarmee, in een niet al te schone privé-hut (dat dan weer wel gelukkig) in zo’n 10 uur naar Agats gevaren. Omdat we nu een dag later, op zondag, aankomen blijkt het museum gesloten, maar Herman weet het ’s middags toch voor ons geopend te krijgen. Een aanrader! 1 overnachting in hotel Anggrek, een simpel hotel met mandi-bak en een paar uur elektriciteit (wat meer is dan we hadden verwacht, dus nog snel even de camera-accu’s opladen; de volgende plek zal Dekai blijken te zijn). Gegeten in lokale restaurantjes en wat rond gelopen in het dorp, prima. Er is een kleine vis- en groentemarkt. Naast het hotel is op redelijke schaal Asmat houtsnijwerk te koop.

 

De volgende dag vroeg op voor ons avontuur naar de Asmat. Herman heeft gezegd dat we alles in plastic moeten inpakken in onze tassen en we weten nu waarom: in de stromende regen (niet gebruikelijk voor deze tijd van het jaar, maar ja) naar onze longboat, een soort grote open kano met buitenboordmotor, met een man achterop die de motor aan de gang houdt en stuurt en iemand op de kop om in de gaten te houden dat we niet tegen wrakhout en dergelijke zullen aanvaren. Al onze bagage wordt, net als alle komende dagen, onder zeil opgeborgen om het zo goed mogelijk droog te houden. Ook al de ingekochte spullen en eten voor de komende dagen wordt gestouwd en we kunnen op weg. De eerste uren in de stromende regen langs de kust naar het zuiden. Hier zijn onze regenjassen niet tegen bestand en al snel zijn we tot op de laatste draad nat. Door het gegoochel met speed- en Pelni-boot moet ons programma wat worden aangepast en dit zal steeds weer worden aangepast. We gaan er maar vanuit dat Herman en de bootmannen weten wat ze doen. Een eerste stop in Beriten, waar we voor de eerste keer over de houten planken lopen die boven het water zijn aangelegd als soort van weg. Even goed opletten waar we precies stappen: er ontbreekt nog al eens een (stuk van een) soms rotte plank. Voor we weer aan boord gaan een kijkje in het lege longhouse. Lunchbox in de boot en na weer een paar uur varen, via een schitterend smal riviertje dwars door de jungle, aangekomen in Biwar Laut. Ook hier weer houten plankenpaden en we hangen onze klamboe op en rollen onze slaapmatten en lakenzakken uit in het gemeenschapshuis. We zijn de bezienswaardigheid van het dorp en we lopen nog even rond, waarbij we lokaal Asmat-gezang horen: het blijken een paar mannen te zijn (waarvan 1 in traditionele kledij) voor de kerk in aanbouw. Het lied is een soort aanmoediging om door te werken. Erg leuk en de mannen vinden het schitterend dat we erbij komen zitten en foto’s maken. De bootmannen blijken ook prima koks: op het meegebrachte kookstelletje wordt een prima maaltijd voor ons gekookt, met lokaal gekochte groenten. Met hulp van onze zaklantaarns rollen we onder onze klamboe.

 

Na een eerste nacht “in het wild”, met nog steeds veel regen, hebben we iets zachts uit onze tassen opgedoken om op te zitten: de houten plank in de boot levert een hout k… op. Via tussenstops in Warse en Amborep (met als attractie het Asmat houtsnijwerk dat daar nog steeds actief en op relatief grote schaal wordt gemaakt en te koop is), gaat het stroomopwaarts op de rivier de Siret naar Yaosokor. Daar staat het grootste longhouse van de Asmat en dat is ook nog steeds in gebruik. Tussen de vele families die daar wonen (zeker wel 20) wordt een plaatsje voor ons gemaakt waar we onze klamboe kunnen ophangen. Overal in het huis worden vuurtjes  aangestoken waar mensen een potje gaan koken en binnen korte tijd staat het hele huis vol met rook. Gelukkig zitten er 2 grote gaten in het dak waardoor de rook weer naar buiten kan. Het licht dat daardoor naar binnen komt geeft het geheel een zeer idyllische sfeer en we raken niet uitgefotografeerd. Mensen vinden het ook hier prima en gaan er veelal eens goed voor zitten. Het sanitair is een beetje improviseren. Het enige gebouwtje met een toilet is een eindje verderop in het dorp en de plankieren zijn in het donker moeilijk te belopen. Even achter een boom gaat ook niet: de planken zitten zo’n meter boven de drassige grond… ’s Nachts hoor je in het longhouse alles wat er zoal gebeurt bij mensen thuis, maar dan in 20-voud. Blèrende kinderen, gekuch, etc., maar het houdt ons niet uit onze slaap: we worden om 7 uur wakker en het hele huis is al in vol bedrijf. We worden wat meewarig aangekeken: domme toeristen… Nadat we hebben ontbeten en er benzine en groenten zijn ingekocht kunnen we vertrekken, met goed weer gelukkig. Een lange vaartocht vandaag naar Wowe. Een paar keer aangelegd vooral om de benen te strekken en onderweg kijken we naar de vogels die rond de rivier leven: witte reigers, visarenden, een paar hornbills, een boom vol met vliegende honden en een enkele ijsvogel. Rond 18.00 uur komen we aan in Wowe waar een van de bootmannen blijkt te wonen. In de slaapkamer van zijn kinderen wordt de binnentent van een pop-up tentje voor onze neergezet: net even handiger en ruimer dan onze klamboe. Vanaf nu kunnen we deze binnentent gebruiken. De bootman laat nog even snel zijn mandi/wc-ruimte voor ons schoonmaken en dankbaar maken wij van deze gelegenheid gebruik: een paar emmertjes water kunnen wat lekker zijn, zelfs bij kaarslicht!

 

De volgende dag is een lange zit: ruim 8 uur varen naar Mabul. Gelukkig is het overwegend droog en zelfs zonnig. Aangezien het een open boot is blijkt regelmatig insmeren met zonnebrandcrème een must. De laatste uren is het hard werken voor de bootcrew: de rivier is relatief ondiep, er zijn veel boomstronken net onder en boven water en er is een forse stroming waardoor het voorkomen van aan de grond lopen en aanvaringen een kunst op zich is. Met kunst- en vliegwerk en vooral goed samenspel tussen de bootmensen komen we er doorheen. Wel spannend! Mabul blijkt een verzameling standaard huisjes op palen aan de rivier, daar neergezet door de Indonesische regering met als doel om de Korowai uit de jungle te halen. Dit is slechts gedeeltelijk gelukt, gezien het aantal leegstaande huizen. Wel wordt er nu ook een kliniekje gebouwd; er is al een kerkje en een schooltje. Bij een familie thuis vinden we onderdak: er wordt weer een kamer voor ons vrijgemaakt waar we de binnentent kunnen opzetten en we onze bagage kwijt kunnen. Zittend op de “veranda” (te veel eer voor het bankje voor het huis) zien we opeens 2 blanken, de eersten sinds Timika. Het blijken 2 Polen die net als wij met een boot en gids op pad zijn, ook die dag zijn aangekomen en ook de Korowai in de jungle willen bezoeken. Zij slapen een paar huizen verderop. Een kort praatje en ieder gaat weer zijn eigen weg. Wederom eten bij kaarslicht en terwijl we in onze tent kruipen horen we het buiten weer hozen…

 

De volgende dag vroeg overleg met Herman: we zien het niet zitten om het moeras in te gaan met deze regen en het extra water in het moeras. Hij gaat navraag doen en je loopt inderdaad het risico tot aan je middel in het water te komen. We besluiten een dag in Mabul te blijven en daar, als het droog wordt, wat rond te lopen. Een prima besluit. Het blijkt dat de Polen met hun gids tot dezelfde conclusie zijn  gekomen. Herman heeft inmiddels wel uitgevonden dat wij naar een Korowai-familie kunnen op ca. 3 uur lopen afstand van Mabul. Het familielid dat in Mabul woont gaat als een soort lokale gids met ons mee. We zouden daar dan dus nog 3 nachten kunnen blijven. Na een betrekkelijk rustige nacht splitsen we de volgende ochtend, terwijl de zon fel schijnt, de tassen: alles wat niet nodig is bij de Korowai blijft achter in Mabul. Meest belangrijke om mee te nemen: matje, lakenzak & sloop, handdoek, wat droge kleren en fotocamera’s. Weer alles strak in plastic, nu niet zozeer vanwege de regen maar voor het geval we in het moeras of een van de riviertjes mochten vallen die we moeten oversteken (en waar de brug bestaat uit 1 of 2 boomstammetjes).

 

Herman heeft dragers geregeld voor onze en zijn spullen, alsmede voor de keukenspullen. Vol goede moed verlaten we Mabul. Het lopen valt niet mee: het pad bestaat inderdaad vooral uit veel modder en op sommige plaatsen waar veel water staat zijn er boomstammen op het pad gelegd. Onze dragers lopen daar blootsvoets overheen als kieviten, maar wij met onze bergschoenen glijden al heel snel uit. We krijgen een wandelstok en ieder een drager aangewezen die ons waar nodig van steun kan voorzien om te voorkomen dat we uitglijden. Dit helpt enorm maar kan niet voorkomen dat we bij de eerste pauze na 45 minuten ploeteren allebei tot ver boven onze enkels in het water en de modder hebben gestaan. Ook de bruggetjes die we tegenkomen beperken zich tot minimale afmetingen zonder houvast. Na ca. 3 ½ uur lopen ineens een open plek in de jungle en na de laatste bocht: het treehouse, op zo’n 10 meter boven de grond! We zijn vrijwel aan het eind van ons latijn dus dat is prima. Wel moeten we op het eind nog een laatste hindernis nemen: er moet een redelijk stromend riviertje worden genomen, door over een zo’n 10 meter lange dikke boomstam te lopen… Wederom helpen onze dragers ons hierbij met een stevige hand en bereiken we veilig de overkant. Er blijken behalve het treehouse (waar de Korowai vooral blijken te slapen) nog een mannen- en een vrouwenhut te zijn, gewoon op de grond, waar ze overdag veel vertoeven en ook is er een hut gemaakt voor toeristen. In die laatste wordt onze tent weer opgebouwd. Onze gids en dragers gaan aan de gang met koken van water voor de thee en het laten verzamelen van groenten en vis uit de rivier voor onze avondmaaltijd. Ondertussen kijken wij rond bij de Korowai, en bekijken zij ons. Er blijken 2 mannen, 6 vrouwen en 9 kinderen te wonen. Een van de mannen gaat samen met een drager aan de gang om een vlonder te bouwen in de rivier, van boomstammetjes en rotan, waarop wij ons kunnen wassen: waarschijnlijk vertrouwen ze ons niet zo aan de rand van water en zijn ze bang dat wij, onhandige toeristen, in de rivier zullen vallen. Na het avondeten, wanneer het al donker is, zoeken wij onze slaapplaats op. We liggen nog lang te luisteren naar alle jungle-geluiden en het geroep van de Korowai naar elkaar, dat enorm galmt over de kaalgekapte ruimte rond de hutten.

 

De volgende dag worden we door de familie meegenomen het oerwoud in op zoek naar een sago-palm. Hier krijgen we het hele proces van de bereiding van sago te zien: van het kappen van de palm, het vrijmaken van de binnenkant waar het omgaat, het kloppen van de kern tot kleine vezels en het wassen en filteren hiervan tot uiteindelijk blokken “meel” overblijven. ’s Avonds worden deze blokken meegenomen naar de hut en krijgen wij ook sago-koeken te eten. Met veel suiker of jam best weg te krijgen, en in elk geval erg voedzaam. Een overvliegende helikopter van de missie is groot bekijks, voor jong en oud. Opmerkelijk! We maken de laatste foto’s van de Korowai tijdens het koken, want we hebben besloten dat het zo goed is geweest en we ze verder niet willen storen in hun dagelijkse werkzaamheden. Als het weer de volgende dag goed is willen we terug naar Mabul en daar nog een laatste rustdag hebben (en dat hebben we ook zo gedaan: er is geen programma voor de tweede volle dag en het alternatief om op 1 dag een tocht van 2 uur heen en 2 uur terug naar een volgende familie te lopen lijkt ons in deze omstandigheden niet handig).

We maken ons op voor het vertrek in Mabul: alle spullen weer in de boot. Herman geeft aan dat we niet gaan overnachten in Patipi Dibawa en rechtstreeks doorgaan naar Dekai omdat hij niet precies weet hoe laat de volgende dag de vlucht naar Wamena zal zijn. Lijkt ons prima en een lange zit wordt het toch, dan maar in 1 keer. Nu stroomafwaarts de stroomversnellingen door en dan rechtsaf de Brazza rivier op. Na 8 ½ uur varen zijn we bij de haven dan Dekai. Dit is niet meer dan een kade met 2 vrachtschepen en wat kano’s en het valt niet mee om hier vervoer naar de stad te krijgen omdat 1 van de bruggen kapot is. Uiteindelijk weet Herman aan beide kanten van de kapotte brug (waar we alleen lopend overheen kunnen) een vrachtwagen te regelen. Dekai is in 10 jaar uit de grond gestampt en moet de regionale hoofdstad worden van zuid Papua. Daarom is er veel aandacht voor nieuwe infrastructuur en komen er veel mensen op af. Aangenaam voor ons is dat er ook al een redelijk goed hotel is, met mandi-bak (eindelijk weer eens behoorlijk wassen!) en … een goed bed! Ook is hier weer elektriciteit en is er bereik met onze mobieltjes.

 

Herman vertrekt de volgende dag, 8 augustus, om 7.00 uur naar het vliegveld om uit te vinden hoe laat onze vlucht naar Wamena zal zijn. Om 11.00 uur komt hij terug met slecht nieuws: het is Idul Fitri (oftewel Suikerfeest) en daarom is de overwegend moslim-bemanning niet komen opdagen en is de vlucht deze dag gecanceld. Het is niet anders, morgen weer proberen. Herman informeert het Baliem Valley Resort die laten weten ons programma daar te zullen aanpassen. We komen ook nog 4 Duitsers tegen die in het hotel zitten: zij waren op de bonnefooi vanuit Wamena naar Dekai gekomen met het idee om daar een gids en boot te regelen richting Korowai. Dit is compleet onmogelijk en nu zitten ze noodgedwongen al 2 dagen vast in Dekai. Ook hun vlucht naar Jayapura is gecanceld. De volgende dag weer proberen en Herman weet na schuiven van de nodige rupiahs ons en zichzelf op de Twinotter te krijgen die ons naar Wamena brengt. Hier worden we opgewacht door mensen van het Baliem Valley Resort en worden we daar naartoe gebracht. Schitterend gelegen met zicht op de vallei, wel wat achterstallig onderhoud (we hadden ook geen 5 sterren Bali hotel verwacht) maar een perfecte plek om na de trekking naar de Asmat en Korowai te herstellen en relaxen. En zelfs een douche, met heet water!! Elektriciteit tussen zo 16.00 en 22.00 uur (er zou binnenkort 24 uur elektriciteit komen). Overigens waren er in het gastenboek kritische (wat ons betreft té kritische) opmerkingen gemaakt waar zo te zien wel direct wat mee werd gedaan door de manager.

 

De twee dagen erna hebben we achtereenvolgens een varkensfeest meegemaakt en een toertje gedaan in het noorden van de vallei. Prima geregeld. De laatste dag in Wamena staat volledig in het teken van het festival. Op een terrein zo groot als ca. 2 voetbalvelden komen Papua’s uit zo’n 20 dorpen bij elkaar in traditionele kledij voor hun jaarlijkse festival, waar stammenoorlogen worden nagespeeld en diverse competities worden gehouden zoals varkensrace, mondharp spelen, boogschieten en speerwerpen. Hier wel veel toeristen maar ook, buiten de afscheiding, heel veel Papua’s die genieten van “hun” festival. Erg fotogeniek. We hebben hier 1 dag en dit is eigenlijk ook wel genoeg: de tweede dag heeft nagenoeg hetzelfde programma.

We gaan op de terugweg. De hotelmanager weet ons de volgende dag niet op de 1e, niet op de 2e maar uiteindelijk gelukkig wel op de 3e vlucht naar Jayapura te krijgen. Bij aankomst rond het middaguur worden we daar weer netjes opgewacht. Het voorziene dagprogramma valt natuurlijk in het water en we geven aan graag naar het universiteitsmuseum te willen en naar de Hamadi-market. Dit wordt geregeld en het kleine museum is zeker de moeite waard. We zitten hier in het Travellers hotel in Sentani: super de luxe, zeker een aanrader omdat het ook nog eens op nog geen 10 minuten rijden van het vliegveld staat. Handig omdat we de volgende dag om 6.30 uur moeten vertrekken. Via Jakarta en Dubai (waar we 10 uur hebben om over te stappen en daarom een dagkamer hebben in het Meridien Airport hotel, wat goed bevalt) komen we op 15 augustus rond 13.30 uur weer aan op Schiphol na een geweldige reis!

 

Jolanda Hennink en Fred van Veluw

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.