Reisverslag de heer en mevrouw Fredriksz
logo-linkedin

Reisverslag de heer en mevrouw Fredriksz

Redactie Myanmar 6-1-2015

Waarom naar Myanmar (Birma) vroeg een aantal van onze vrienden zich af. Dat is toch het land met de meeste schendingen van mensenrechten? Ja, dat is zo, maar onder leiding van de huidige president Thein Sein (sinds maart 2011) zijn maatregelen genomen om het vertrouwen in de politiek te vergroten. Officieel is er een democratie, maar ondanks het einde van de militaire dictatuur trekt, achter de schermen, de junta nog aan de touwtjes. Door de boycot door de VS gevolgd door westerse landen zat het land in een isolement. Dat de situatie is verbeterd blijkt uit het bezoek van president Obama (november 2012). Het samenwerkingsverband (ASEAN) van de Zuidoost-Aziatische landen, beloonde Myanmar met het voorzitterschap vanaf 2014.

 

Het land heeft een bloedig vroeg en recent verleden en bij het bezoeken van de vele tempels en pagodes waarin vele beelden van Boeddha te zien zijn vroegen wij ons wel eens af welke wreedaard die heeft geschonken om weer in de gunst van Boeddha te komen.

 

Wij schrokken er niet voor terug om het land 17 dagen te bezoeken. De natuur & cultuur spraken ons aan en in diverse boeken en reisverhalen lazen wij dat burgers respectvol omgaan met elkaar, dat buitenlanders een gastvrij onthaal krijgen en dat de meeste inwoners leven met een ingetogen boeddhistische gedragscode. Wij zijn daarin niet teleurgesteld.

 

Edje had, samen met Van Verre Reizen een reis voor ons tweeën samengesteld. We reisden overwegend met de auto en hadden twee binnenlandse vluchten.  We verplaatsten ons vele uren met de boot, vier uur met de trein (over de Goitekbrug) en een dag met paard en wagen. We reisden zonder gids maar met de info van Van Verre en het reisboek van Dominicus binnen handbereik. Door samen te reizen, is onze ervaring, kwamen we ook veel makkelijker in contact met de bevolking. Enerzijds omdat ze nieuwsgierig naar ons waren (door Edjes Aziatische uiterlijk) anderzijds om hun Engels te oefenen. We hebben ouderen ontmoet en gesproken die de Britse kolonisatie hebben meegemaakt en nog steeds perfect Engels spraken. We namen steeds (indien mogelijk) de tijd voor ontmoetingen en gesprekken.

 

Gedurende zeven dagen bezochten we ‘hoogtepunten’ in en rond Mandalay. Onze chauffeur Thein Tun, bleek, in zijn gebrekkig Engels, ons veel over zijn land te kunnen vertellen. Gevoelige onderwerpen werden niet besproken omdat ons gebleken was dat hij vragen daarover beantwoordde met ‘no problem’. Hoogtepunten vonden wij het bezoek aan Mingun. We voeren met de boot over de Ayeyarwady (de levensader van Myanmar) en zagen op de hellingen van de heuvels honderden goudkleurige en witte grote en kleine pagodes schitteren in de zon. In het stadje bezochten we de ruïne van wat ooit de grootste pagode moest worden en de grootste bel op aarde (hoogte 4 m diameter 5 m, gewicht 90 ton), waar jong en oud, met een houten stok, een prachtig, diep geluid uit sloegen. We brachten ook een bezoek aan een opvanghuis voor bejaarde ouderen zonder kinderen.

Een ander hoogtepunt vonden wij de wandeling, op de vroege ochtend van mijn ver-jaardag, over de U Bein brug, de langste oude teakhoutenbrug op aarde. Deze brug is 1200 m lang, rust op zware pijlers en verbindt de oevers van een meer. Een sfeervoller begin van ons bezoek aan Amarapura kon ik mij niet wensen. 

 

De wandeling werd gevolgd door een stoet van ca. 1300 monniken (van jong tot oud) die met hun bedelnappen in twee lange rijen hun ochtendmaaltijd kwamen halen bij het klooster. De maaltijden worden betaald door rijke Birmezen die zo religieus krediet hopen te vergaren. Een bezoek  aan Avavonden wij ook bijzonder. Aan de overkant van de rivier stonden tientallen gammele paardenkarren klaar om bezoekers naar de gewenste plaatsen te brengen. Lopen naar ruïnes, pagodes en kloosters was geen optie. De weg was ongeplaveid, modderig en vol met diepe karresporen.

In Pyin U Lwin namen we de trein die, volgens Edje, vierkante wielen had. Binnen 5 minuten viel veel van de bagage bovenin al uit het rek door het heen & weer en op & neer geschud van de trein. Na twee uur zagen we dan weer links, dan weer rechts van de trein in de verte en diepte de beroemde Goteikbrug; het een na hoogste viaduct ter wereld die een 300 m diepe kloof overspant.

Een bezoek aan het huis van Thein Tun, onze chauffeur, was ook heel bijzonder. Op de een of andere manier was hij te weten gekomen dat ik een paar dagen daarvoor jarig was. We werden in zijn eenvoudige huis op houten palen met wanden van bilik (gesple-ten en gevlochten bamboe) door zijn vrouw en zus feestelijk onthaald met schalen vol druiven, papaya, peren, meloen en voor ieder een blikje cola. Een heel ontroerend moment was ook de ontmoeting met zijn moeder die blind, doof en dementerend is.

In Monywa bezochten we prachtige eeuwenoude grottempels. Onderaan de berg zijn over een afstand van 2 km grotten uitgehouwen met daarin kamers met bijna een half miljoen boeddha’s. Op de heenweg naar Monywa hadden we al grootschalige, mecha-nische dag mijnbouw gezien. Op de terugweg vroeg Edje om te stoppen om een klein-schalige kopermijnwinning te bezoeken, rond te lopen en met hulp van Tun gesprekken met werkers te voeren.

Onderweg naar Pakokku bezochten we een tempelcomplex dat volop in restauratie was en geverfd werd. De ‘oranje boven’ kleuren deden pijn aan de ogen en ik vergeleek het (oneerbiedig) met Villa Kakelbont. In de vele pagodes staan duizenden 10 cm hoge boeddha beeldjes. De nog niet geverfde pagodes vonden wij mooier, toch ervoeren wij het geheel als sfeervol.

Van verre zagen wij later een enorme staande (127 m) Boeddha en dichterbij een liggende. Ondanks de hitte een drukte van belang. Rond en in de grote Boeddha (ja, ja, wij gingen ook naar binnen maar stonden na vier hoge trappen pas onderaan zijn mantel) werd volop gerelaxed, geofferd, gebeden en gefotografeerd door honderden bezoekers.

 

Aangekomen bij de oever van de rivier Ayeyarwady lag een privéboot al op ons te wachten. We namen afscheid van onze chaufeur, twee vrouwen droegen onze rug-zakken naar en in de boot en wij maakten ons klaar voor de twee uur durende tocht naar Bagan.

Wat hadden we in Bagan graag langer dan twee volle dagen (waarvan een halve dag naar Mount Popa) willen blijven en in ons eigen tempo en op de fiets deze omgeving willen bezoeken. Maar we hadden een programma en daar hielden wij ons aan. Bagan staat op de Unesco Wereld Erfgoederenlijst i.v.m. de ruim 4.400 tempels en pagodes, voornamelijk van baksteen, waarvan de helft een ruïne is in een gebied van 42 km².
 

We maakten een tocht over de pagodevlakte, bezochten een markt (met streekpro-ducten) en een lakwerkfabriekje. De volgende middag bezochten we nog een aantal tempels en pagodes en tegen 17.30 uur stonden we bovenop een galerij van een tempel om de zonsondergang boven Bagan te fotograferen. Helaas schoof op het laatste moment een grote wolk voor de zon en de een na de andere bezoeker vertrok. Maar de echte fotograaf (Edje) bleef toen hij zag hoe fraai de lucht boven Bagan werd.

 

We brachten een bezoek aan Mount Popa, een vrijstaande berg waarin de 37 ‘officiële’ nats (geesten) huizen. In de verte zagen we de hoge berg met op de top de tempel. We beklommen (op blote voeten) de immense trap naar het heiligdom, de stupa’s en relikwieën. Deze berg is de heiligste van Myanmar en een pelgrimsoord voor de Birmezen.

 

Van Bagan vlogen we naar Heho en vandaar met de auto via Pindaya naar Kalaw.

In Pindaya, een plattelands stadje bezochten we een enorme kalksteengrot. Tussen de stalagtieten en stalagmieten staan ca. 8.000 grote en kleine gouden Boeddha beelden. Volgens de gids zouden wij het ongelooflijk indrukwekkend en mooi moeten vinden. Voor ons was het iets te veel van het goede en we waren blij de grot uit te zijn.

In Kalaw kozen we voor een rustdag. We hadden een vijf uur durende dorpenwande-ling kunnen maken, een fiets kunnen huren of een stukje met een lokale trein reizen maar wij maakten een wandeling naar het dorp en bezochten de markt.

 

Onze volgende bestemming was het Inle-meer. In het plaatsje Nyaung Shew nabij de haven van waaruit we zouden gaan varen, bezochten we eerst het fotogenieke houten jongensklooster. 

 

Daarna stapten we in een privéboot met bootsman (voor anderhalve dag). Het stadje vanwaar we vertrokken is met een kanaal verbonden met het Inle-meer. Het grote meer ligt op 900 m boven de zeespiegel en heeft een oppervlakte van 158 km². In en rond het meer liggen ca. 200 dorpen die voor het grootste gedeelte alleen per bootje te bereiken zijn. Het meer is beroemd om zijn dorpen op palen, drijvende tuinen, tal van oude ambachten en zijn beenroeiers. Onze rugzakken lagen voorin onder dekzeil.

Iedere stoel had een zwemvest, een geruststellende voorziening ook al is het meer niet diep. Aan het einde van het kanaal doemden de eerste beenroeiers op en showden hun ‘roeitechniek’. De bootsman minderde vaart om ons de gelegenheid te geven foto’s te maken.

 

We maakten een prachtige tocht langs dorpjes met huizen op palen en bezochten diverse werkplaatsen en familiebedrijfjes voordat de bootsman ons afzette bij het resort waar we drie nachten verbleven.

Aan het eind van de middag maakten we een wandeling en hadden leuke ontmoetingen met bewoners van het dorpje Kain Daing die hun vee verzorgden. De volgende morgen was de bootsman al om 08.30 uur present. We voeren over het meer en doken smalle schilderachtige kreekjes in, met hier en daar stroomversnellingen.

Na een uur stapten we uit in Indain en bespraken met de bootsman hoeveel tijd we hadden. “No problem” antwoordde hij en we gingen te voet verder. Eerst over de markt en daarna naar een klooster dat wachtte op donaties om afgebouwd te worden. Vervolgens naar een half vervallen mooi 17e eeuws pagode-complex verscholen in een gebied met uitbundige vegetatie. Op de terugweg voeren we door drijvende tuinen waar o.a. tomaten, aubergines en boontjes gekweekt worden. De drijvende tuinen zijn ca 2 m breed en tientallen meters lang en zijn alleen met smalle bootjes te bereiken. Een dag later kozen we voor nadere verkenning met het eerder genoemde dorpje waar tal van families kleine bedrijfjes hebben voor marktverkoop, o.a. het drogen en bakken van pompoen- en zonnebloempitten, drogen en bakken van ronde platte koeken, koekjes maken, kroepoek drogen etc. Soms waren we in gesprek met de mensen, meestal bleef het bij een groet (mingalarba) en de vraag of we foto’s mochten maken.

 

Onze vlucht naar Yangon verliep vlot. De laatste volle dag bezochten we, terwijl we eigenlijk al meer dan ‘verzadigd’ waren, de Shwedagon pagode. Dit heiligdom is de grootste bezienswaardigheid van Yangon/Myanmar. De pagode draagt een gewicht van 600 ton goud en vormt een van de grootste goudreserves ter wereld. Het complex is een dorp op zich en het was op het moment dat wij er waren (08.45 uur) al behoorlijk druk. Honderden mensen, families, jongeren, ouderen en monniken liepen rond, wasten het hoofd van de boeddhabeelden, knielden in gebed verzonken, mediteerden en/of hadden offergaven bij zich. Ook op dit uur al veel toeristen (zoals wij). Geen enkel heiligdom mag met schoenen/ sokken betreden worden en we waren blij dat de loop-matten vochtig gemaakt waren. We namen de tijd voor dit immense complex, spraken met studenten en zochten (en vonden) uiteindelijk uitgang oost waar de chauffeur op ons wachtte. Er volgde nog een ‘sightseeing’ door de koloniale wijk en we lieten ons afzetten bij het ‘Strandhotel’ ooit het beste hotel van het Britse Imperium, voor een late lunch.

 

De weg naar ons hotel legden we lopend af. Geen peulenschil in 35˚C over stoepen waar kuilen inzaten of tegels met de punt omhoog lagen. De Sule-pagode, die middenin een rotonde met druk verkeer ligt, lieten we links liggen. We staken met ware doodsverachting de drukke straten over en zochten ons hotel op. In het winkeltje, in het smalle straatje waar ons hotel was, kochten we bamisoep die we in onze kamer opaten.

 

De volgende morgen vroeg vertrokken we naar het vliegveld voor ons tweede bezoek aan Marc en Bee die in Bangkok wonen.

 

We kijken terug op een prachtige, inspirerende reis

Joke (tekst) & Edje (foto’s)

 

Myanmar van 19 oktober – 4 november.

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.